Wie zijn de Flagellanten?

Een klein, enthousiast en zeer ervaren allround mannenkoor uit Hollands Venetië. Ze kleden zich in een bijzondere outfit uit de vroege middeleeuwen.Allround wil zeggen, dat ze een zeer ruim en gevarieerd repertoire brengen van:

  • Ierse Folk – Dubliners, Fureys, Clancy Br.
  • Shanties en zeemansliederen – in alle talen
  • Gieters Dialect –  veel eigen nummers
  • Diversen- Top40, Amsterdams

Het koor maakte inmiddels 5 super CD’s en een prachtige DVD. Dus het zangboek zijn de zangers en muzikanten niet meer nodig tijdens de vele optredens, dus deze blijven in Giethoorn achter.Het allround mannenkoor, opgericht op 14 september 1993, telt vele nazaten van deze al oude geselbroeders, welke Giethoorn hebben gesticht. Het koor bestaat uit 12 stoere mannen in kleding uit ver vervlogen tijden en uit een niet meezingende geyt Flokje 2.Het koor bestaat inmiddels 24 jaar en heeft ruim 900x op de bühne gestaan in Nederland, maar ook in België, Duitsland en Ierland.

Ter ondersteuning van de zangers is er een accordeon, gitaar, trekzak, drums, mondharp aanwezig

 

De Flagellanten ontleden haar naam aan de “eerste” bekende en expliciet genoemde bewoners van Giethoorn.

Zo’n 800 jaar geleden trokken Flagellanten door heel Europa. Deze kruisbroeders trokken rond in groepen. Met gescheurde kleren, zwart as op hun hoofd gesmeerd, trokken ze rond. Ze geselden zichzelf en elkaar, zongen klaagliederen en hielden boetepreken. Als een soort opwekkingsbeweging trokken de geselaars rond teneinde de toorn des hemels af te wenden. Zo gingen ze al boete doende door de landen.

De aantrekkingskracht van deze boetelingen op onderstromingen in de maatschappij was groot.  Zo was het dat ook criminelen, bedelaars en hoeren zich bij de rondtrekkende groepen aansloot. In historische literatuur wordt geschreven over de donkere kant van de zelf geselaars, bijvoorbeeld door D Poort in het boekwerkje “De geselaars van Ootmarsum”. Moord en verkrachtingen waren misdaden die voor sommige deelnemers van deze groepen niet vreemd waren. Deze ‘ donkere kant’ van het bestaan van de Flagellanten was voor de Bisschop van Utrecht,Jan van Sierck een belangrijke reden om in te grijpen.

Toen zich een groep Flagellanten in het bisdom van Bisschop van Sierck (Jan II was bisschop van 1291 – 1296/ alternatieve schrijfwijze Bisschop Jan van Zyrick ) liet zien nam hij de beslissing hen te ‘dwingen’ zich op een vast plaats te vestigen. Op deze manier achtte hij zichzelf in staat om de orde in zijn bisdom te bewaren. Van Sierck wist hen te overtuigen met het offeren van een stuk veengebied achter Fulnaho (Vollenhove).

De Rooms Katholieke kerk schonk rond 1290 een stuk grond aan de “Italiaanse zigeuners” wanneer zij hun rondtrekkende bestaan zouden opgeven. Elk jaar op 11 november dienden deze nieuwe bewoners van het gebied pacht af te dragen aan de bisschop.

Vanwege deze datum werden de Flagellanten vanaf toen Sint Maartensluyden (Sint Maartensmannen) genoemd.

De pacht werd naar alle waarschijnlijk voldaan met turf.